Menu Close

nieuws

De imagoschade van ‘gezond eten uit eigen streek’

We zullen veel groenten moeten verkopen voor we de kosten voor PFAS-tests terug­verdienen.

Gisterochtend vergaderde ik over een paar offertes van laboratoria om de grond en groenten op ons landbouwbedrijf te testen op de aanwezigheid van PFAS-chemicaliën, waartoe ook de eeuwige chemische stof PFOS behoort. Offerte één: 1.700 euro om vijf groenten ‘indicatief’ te testen op een kleinere groep van PFAS-chemicaliën. Offerte twee: 2.625 euro om vier groenten (een bladgewas, aardappelen, wortels en boontjes) te testen op een grote groep van PFAS-chemicaliën. Ik dacht: verdomme, dat zijn een hoop groenten die we moeten telen en verkopen voor we dat terugverdienen.

Die tests moeten we zelf uitvoeren, omdat onze regulerende overheden, zoals het federaal voedselagentschap (FAVV) en de Vlaamse afvalstoffenmaatschappij (Ovam), aan één van hun belangrijkste kerntaken verzaken: onze gezondheid bewaken.

Het FAVV heeft onze eieren weliswaar op twee soorten PFAS getest, en volgens het agentschap was er geen vuiltje aan de lucht. Maar intussen weet iedereen dat dat niet waar is, want de normen die het FAVV voor die testen heeft gebruikt, zijn dertien jaar oud en veel te laks (DS 7 juli).

Welk vertrouwen kunnen we in onze overheid stellen wanneer die zelf niet weet welke waarden er in onze voeding mogen zitten, en wanneer ze het probleem relativeert – is er nu trouwens een probleem of niet? – maar wanneer het ons bedrijf wel verantwoordelijk stelt wanneer onze voeding niet veilig zou blijken te zijn?

Wij zijn een jonge, biologische, coöperatieve boerderij. Consumenten die bewust met de productie en consumptie van voeding bezig zijn, hebben samen met landbouwers, een eigen bedrijf opgericht, hier in het Waasland. Als aandeelhouders hebben deze consumenten een relatief groot, rechtstreeks belang in het kleine bedrijf. Op dit moment werken er vijf landbouwers. Met de omzet proberen we hen een correcte vergoeding te betalen. Het eten is lokaal en seizoensgebonden, en we gebruiken geen pesticiden of kunstmeststoffen. De afgelopen twee jaar plantten we honderden bomen, honderden meters houtkanten en een voedselbos waar schoolkinderen uitleg krijgen, zoals over hoe we tegelijk de biodiversiteit kunnen herstellen, koolstof in de grond houden en van onze velden kunnen oogsten. Op termijn willen tot 80 procent van de voeding die we nodig hebben van onze eigen boerderij halen.

Maar toen kwam PFOS, en kon ons budget voor 2021 op de schop.

In onze sector zijn de winstmarges klein, die mogen we nu ook nog eens gebruiken om al die dure PFAS-tests te  betalen. Dan spreek ik nog niet over de extra kosten voor aanpassingen van ons teeltplan naar verder gelegen akkers, over het omzetverlies door klanten die niet meer naar onze winkel komen, over de groentjes en eitjes die we naar de composthoop moeten brengen omdat we niet weten of we ze mogen verkopen of verkocht krijgen, en over de imagoschade van ‘gezond eten uit eigen streek.’

En dat allemaal met dank aan een ander bedrijf, 3M, een schatrijke multinational die in alle toonaarden blijft ontkennen dat er een probleem is (en zelfs blijft vervuilen met dezelfde stof), ze zouden wel eens in een minder gunstige positie kunnen geraken bij toekomstige rechtzaken. Dat zal een dure advocaat het bedrijf allicht afdoende hebben gezegd, of hun eigen afdeling ‘Environmental Strategies and Initiatives’.

Ik, als vrijwillge bestuurder van een klein coöperatief boslandbouwbedrijf met bewuste consumenten, heb die dure advocaat niet, maar kan niet wegkijken – zoals niet alleen 3M, maar ook de agro-industrie in onze streek dat heeft gedaan. Het betekent dat we serieus financieel verlies lijden, maar we moeten meten en weten.

Gisteren heb ik toch maar eens onze verzekering gecontacteerd. Hoe zat dat alweer met de rechtsbijstand? 

Opinie gepubliceerd in De Standaard op 10 juli 2021